Natuurkunde Tips & Tricks
Elke vraag die je op het natuurkunde examen krijgt is anders, toch is de manier om ze op te lossen bijna altijd hetzelfde. Hieronder staat het zeven stappenplan, deze stappen helpen je gestructureerd een probleem aan te pakken en zorgen ervoor dat je maximaal punten scoort voor de vraag.
Leer jezelf aan om deze stappen te volgen en je zal merken dat je vaak een stuk verder komt met het oplossen van een vraag.
|
Zeven stappen:
|
Werk netjes en schrijf alles op wat je doet. Werk zo lang mogelijk in formule vorm en vul pas op het laatst getallen in, zo voorkom je fouten en krijg je sneller punten voor de vraag.
Loop altijd de eerste 4 stappen door, ook als je niet weet hoe je verder moet. Zoek vergelijkingen op in Binas waarvan je denkt dat je ze zou kunnen gebruiken. Neem deze over op je blad en herschrijf ze: U=IR wordt dan bijvoorbeeld R=U/I. Hier krijg je vaak al veel punten voor!
Zorg verder dat je altijd je Binas, grafische rekenmachine, geodriehoek, potlood en gum bij je hebt.
Andere tips:
Grafieken: kijk bij een grafiek altijd wat er op de x- en y-as staat. Bedenk wat de oppervlakte onder de grafiek en de afgeleide (=helling) van de grafiek voorstellen.
Bewegingen: er zijn twee verschillende manieren om problemen met beweging op te lossen:
-
met de formules met s, v, a en F
-
en met de wet van behoud van energie.
Kom je er met de ene methode niet uit, probeer dan de andere. Als je denkt dat je te weinig gegevens hebt kan je de vraag toch vaak met de wet van behoud van energie oplossen.
Optica: begin altijd met het tekenen van de drie standaard constructie stralen. Let verder op hints in de tekst, zoals: "scherp afgebeeld" (alle stralen uit één punt op het voorwerp komen samen) en "waargenomen met een ontgeaccommodeerd oog" (stralen komen evenwijdig het oog binnen).
Elektriciteit: kijk bij schakelingen altijd of de weerstanden in serie of parallel zijn geschakeld en bereken per deel van de schakeling de vervangingsweerstand. Teken vervolgens de schakeling met deze vervangingsweerstand en pas opnieuw de rekenregels toe. Doe dit net zolang tot je genoeg weet om de vraag op te lossen.
|
Het examen:
|