Vakinhoud| Data| Tips & Tricks| Oude Examens| Begrippen|

Scheikunde Tips & Tricks

Elke vraag die je op het scheikunde examen krijgt is anders, toch is de manier om ze op te lossen bijna altijd hetzelfde.

Hieronder staat het zeven stappenplan, deze stappen helpen je gestructureerd een probleem aan te pakken en zorgen ervoor dat je maximaal punten scoort voor de vraag. Leer jezelf aan om deze stappen te volgen en je zal merken dat je vaak een stuk verder komt met het oplossen van een vraag.

Zeven stappen:

  1. Lees de gehele opgaven goed
  2. Schrijf de belangrijkste informatie van de opgave over op je blad
  3. Schrijf de vraag in je eigen woorden op
  4. Zoek in Binas extra informatie/formules op en neem deze over op je blad
  5. Stel de juiste vergelijkingen op
  6. Vul de waarden in en kom tot een antwoord
  7. Controleer het antwoord op juistheid, eenheid en significantie

Werk netjes en schrijf alles op wat je doet. Werk zo lang mogelijk in formule vorm en vul pas op het laatst getallen in, zo voorkom je fouten en krijg je sneller punten voor de vraag.

Zorg verder dat je altijd je Binas, grafische rekenmachine, geodriehoek, potlood en gum bij je hebt.

Andere tips:

Stoffen, structuur en binding:

  • Als je een stof niet kent, gebruik je Binas, hier staan de meeste stoffen in uitgelegd.
  • Bestudeer het periodiek systeem goed, dit helpt met het verbanden leggen tussen sommige stoffen.

Kenmerken van reacties:

  • Verhoudingsformules zijn mol verhoudingsformules
  • Kijk altijd of het een om evenwicht of aflopende reactie gaat.
  • Leer de molmassa formule in al zijn varianten te schrijven.
  • Schrijf altijd de reactievergelijking op!

Zuren en base:

  • Kijk altijd eerst wat voor soort zuur of base het is: zwak of sterk?
  • Gebruik Binas als het niet lukt.
  • Zwak zuur: schrijf de evenwichtsbreuk op!
  • Sterk zuur: schrijf de reactievergelijking op!
  • Gebruik Binas voor indicatoren.
  • Bedenk wanneer het omslagpunt zich zal bevinden.
  • Probeer altijd de pH van de begin- en eindoplossing te bepalen, zodat je kan checken of de indicator keuze correct was.

Redox:

  • Schrijf op welke stof de reductor is.
  • Schrijf ook op welke de oxidator is.
  • Water kan ook reageren.
  • Gebruik de stappenplannen.

Koolstofchemie:

  • Gebruik ook hier het stappenplan.
  • Zoek altijd naar de hoofdketen.
  • Ga systematisch te werk.
  • Probeer zelf ezelsbruggetjes te verzinnen.
  • Leer alle reacties goed uit het hoofd. Dit helpt bij het herkennen ervan tijdens de tentamens.
  • Zoek de asymmetrische koolstofatoom wanneer optische isomerie wordt genoemd.

Biochemie:

  • Gebruik de Binas bij moeilijke biologische polymeren.
  • Vergeet de golfjes bij polymeren niet.

Het examen:

  1. ‘Gebruik de grafiek’
    1. Lees de grafiek af.
    2. Teken en bepaal de raaklijn (wat stelt dit voor).
    3. Bepaal de oppervlakte (wat stelt dit voor).
  2. ‘Bepaal’
    1. Je moet bij de berekening gegevens uit de figuur gebruiken.
  3. “Bereken’
    1. Gebruik de gegevens in de vraag samen met de formules uit Binas.
  4. ‘Leg uit’
    1. Leg in een paar zinnen de vraag uit.
    2. Je mag formules gebruiken om je verhaal duidelijk te maken.
  5. ‘Toon aan’ en ’Laat zien dat’
    1. Bereken of bepaal de grootheid waar je iets van moet aantonen. Eindig met een conclusie waarin je de berekende waarde met de gegeven waarde vergelijkt.

Zoeken

Partners


Inschrijven

Laatste plekken

    Feedback
    Suggesties, vragen of ergernis?