Hoeveel dagen duurt de doorstroomtoets?
De doorstroomtoets duurt twee tot drie dagen, met dagelijks 1,5 tot 2 uur toetsen. Ontdek hoe de toets verloopt en hoe je jouw kind optimaal voorbereidt.
Vind een vestiging bij jou in de buurt:
Het schooladvies voor de havo is een belangrijke stap in de onderwijsloopbaan van je kind. Scholen geven dit advies meestal in februari van groep 8, na een periode van zorgvuldige observatie en beoordeling. Het advies is gebaseerd op de totale ontwikkeling van je kind gedurende de hele basisschoolperiode, niet alleen op toetsresultaten. De school kijkt naar schoolprestaties, werkhouding, leervermogen en sociaal-emotionele ontwikkeling om te bepalen welk niveau bij je kind past.
Je kind ontvangt het schooladvies in februari van groep 8. Dit moment is bewust gekozen, omdat de school dan voldoende tijd heeft gehad om je kind goed te observeren en de ontwikkeling te volgen. De leerkracht heeft dan een compleet beeld van de vaardigheden, de werkhouding en het leervermogen van je kind.
Het advies komt voor de doorstroomtoets, die meestal in april plaatsvindt. Deze volgorde is belangrijk, omdat het schooladvies gebaseerd is op jarenlange observatie en niet alleen op één toetsmoment. Na het advies volgt de aanmeldperiode voor het voortgezet onderwijs, waarbij je samen met je kind scholen kunt bezoeken die passen bij het gegeven advies.
De school houdt tijdens het adviesgesprek rekening met de totale ontwikkeling van je kind. Het is een moment waarop jullie samen met de leerkracht terugkijken op de basisschoolperiode en vooruitblikken naar de volgende stap. De school geeft het advies schriftelijk, zodat je het kunt gebruiken bij de aanmelding voor het voortgezet onderwijs.
Scholen kijken naar veel meer dan alleen cijfers. De leerkracht beoordeelt de prestaties van je kind in verschillende vakken, zoals taal, rekenen en wereldoriëntatie. Daarnaast speelt de werkhouding een belangrijke rol: hoe gaat je kind om met uitdagingen, hoe zelfstandig werkt hij of zij, en hoe volhardend is je kind bij moeilijke opdrachten.
Het leervermogen is ook een cruciaal onderdeel van de beoordeling. De school kijkt naar hoe snel je kind nieuwe stof oppikt, hoe goed hij of zij verbanden legt tussen verschillende onderwerpen, en of je kind in staat is om abstract te denken. Deze vaardigheden zijn belangrijk voor het havolniveau, waar leerlingen steeds meer zelfstandig moeten studeren en complexere leerstof moeten verwerken.
De sociaal-emotionele ontwikkeling weegt ook mee in het advies. Kan je kind goed samenwerken met anderen? Hoe gaat hij of zij om met druk en stress? Is je kind in staat om zichzelf te organiseren en planning te maken? Deze aspecten zijn bepalend voor het succes in het voortgezet onderwijs, waar leerlingen meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun eigen leerproces.
De leerkracht gebruikt professionele kennis en ervaring om alle factoren tegen elkaar af te wegen. Het gaat om een totaalbeeld dat is opgebouwd gedurende de gehele basisschoolperiode, met extra aandacht voor de ontwikkeling in groep 7 en 8. Dit maakt het advies betrouwbaarder dan een momentopname op basis van één toets.
Een havo-advies betekent dat de school verwacht dat je kind het beste tot zijn recht komt op het havoniveau. Dit advies geeft aan dat je kind de vaardigheden en het leervermogen heeft om het havoprogramma succesvol af te ronden. Het is een eenduidig advies waarbij de school vertrouwen heeft in de mogelijkheden van je kind op dit niveau.
Een havo/vwo-advies, ook wel een dubbeladvies genoemd, geeft aan dat je kind mogelijkheden heeft voor beide niveaus. De school ziet dat je kind zich tussen deze twee niveaus bevindt en nog kan doorgroeien naar het vwo. Dit advies biedt ruimte om in het voortgezet onderwijs te laten zien waar je kind uiteindelijk het beste past.
Bij een dubbeladvies kan je kind starten op het vwo, met de mogelijkheid om eventueel naar havo over te stappen als het tempo of de diepgang te hoog blijkt. Veel scholen bieden ook brugklassen aan waar leerlingen met een dubbeladvies samen komen en waar gedurende het eerste jaar blijkt welk niveau het beste aansluit.
De keuze tussen een enkel- of dubbeladvies maakt de school op basis van specifieke signalen. Bij twijfel tussen twee niveaus, waarbij je kind sterke kanten laat zien maar ook nog groeipotentieel heeft, kiest de school vaak voor een dubbeladvies. Dit geeft je kind de kans om zichzelf te bewijzen op een hoger niveau, zonder direct vastgeroest te zitten in één richting.
Goede voorbereiding begint al in groep 7, wanneer de leerstof intensiever wordt en de eisen toenemen. Help je kind om goede studiegewoonten te ontwikkelen: een vaste plek om huiswerk te maken, een rustige omgeving en een duidelijk tijdstip waarop het werk gedaan wordt. Deze structuur helpt je kind om zelfstandig aan de slag te gaan.
Zelfstandigheid is een belangrijke vaardigheid voor het havolniveau. Stimuleer je kind om zelf problemen op te lossen voordat hij of zij om hulp vraagt. Laat je kind plannen maken voor langere opdrachten en leer hem of haar om werk op te delen in kleinere stappen. Deze vaardigheden zijn waardevol voor het voortgezet onderwijs, waar leerlingen meer eigen verantwoordelijkheid krijgen.
Let op eventuele leerachterstanden en pak deze tijdig aan. Als je kind moeite heeft met bepaalde vakken, is het verstandig om hier vroeg bij stil te staan. Basisschool bijles kan helpen om de leerstof beter te begrijpen en je kind meer zelfvertrouwen te geven. Leerlingen leren dan niet alleen de leerstof beter beheersen, maar ontwikkelen ook betere studiegewoonten die hen voorbereiden op het voortgezet onderwijs.
Blijf in gesprek met de leerkracht over de ontwikkeling van je kind. Vraag hoe het gaat op school, waar de sterke punten liggen en waar nog groei mogelijk is. Door betrokken te blijven, kun je je kind gericht ondersteunen en samen werken aan de beste voorbereiding op het voortgezet onderwijs.
Een advies dat lager uitvalt dan gehoopt, kan teleurstellend zijn. Het is belangrijk om het gesprek aan te gaan met de school en te vragen naar de onderbouwing van het advies. De leerkracht kan uitleggen welke overwegingen een rol hebben gespeeld en waar de school twijfels heeft over het hogere niveau.
De doorstroomtoets kan dienen als een tweede mening. Als je kind op deze toets een hoger niveau haalt dan het schooladvies, kan de school het advies heroverwegen. Dit gebeurt echter niet automatisch: de school weegt de toetsresultaten af tegen de jarenlange observatie en bepaalt dan of aanpassing van het advies gerechtvaardigd is.
Je kunt ook een formeel bezwaar indienen als je het fundamenteel oneens bent met het advies. Dit is een zware procedure die meestal alleen zinvol is als er duidelijke argumenten zijn waarom het advies niet klopt. Bedenk wel dat de school je kind jarenlang heeft gevolgd en dat het advies is gebaseerd op brede professionele kennis.
Het Nederlandse onderwijssysteem biedt gelukkig veel doorstroommogelijkheden. Leerlingen die starten op een lager niveau kunnen altijd opstromen als blijkt dat ze meer aankunnen. Veel jongeren halen uiteindelijk een hoger diploma dan hun oorspronkelijke advies, omdat ze in het voortgezet onderwijs verder groeien en zich ontwikkelen. Een lager advies is dus geen eindstation, maar een startpunt dat past bij de huidige mogelijkheden van je kind.
Het belangrijkste is dat je kind op een niveau start waar hij of zij zich prettig voelt en succeservaringen kan opdoen. Vertrouwen en motivatie zijn essentieel voor een goede start in het voortgezet onderwijs. Als je vragen hebt over hoe je je kind het beste kunt ondersteunen in deze periode, neem dan gerust contact met ons op.