Wat is het tijdspad voor de doorstroomtoets in 2026?
De doorstroomtoets 2026 vindt plaats van 27 januari tot 7 februari. Ontdek het volledige tijdspad, belangrijke momenten en hoe je je kind optimaal voorbereidt.
Vind een vestiging bij jou in de buurt:
De IEP doorstroomtoets is een veelgebruikte toets in groep 8 die helpt bij het bepalen van het juiste onderwijsniveau voor je kind in het voortgezet onderwijs. De gemiddelde score ligt tussen de 50 en 60 punten, afhankelijk van het jaar en de leerlingpopulatie. Deze toets geeft scholen en ouders inzicht in de vaardigheden van leerlingen op het gebied van taal en rekenen, en ondersteunt het schooladvies dat je kind meekrijgt naar de middelbare school.
De IEP doorstroomtoets is een toets die leerlingen in groep 8 afleggen om hun kennis en vaardigheden in kaart te brengen. De toets bestaat uit onderdelen voor taal en rekenen, en meet hoe je kind presteert ten opzichte van andere leerlingen in Nederland. Scholen gebruiken de uitslag als aanvullende informatie bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs.
Anders dan de Cito Eindtoets, die landelijk verplicht is, kiezen scholen zelf of ze de IEP doorstroomtoets afnemen. Veel basisscholen werken al jaren met deze toets omdat hij goed aansluit bij de lesstof en heldere informatie geeft over de ontwikkeling van leerlingen. De toets helpt leerkrachten om een weloverwogen advies te geven over welk niveau in het voortgezet onderwijs het beste past bij je kind.
De doorstroomtoets wordt meestal in januari of februari afgenomen. Dat is bewust vroeg in het schooljaar, zodat er nog tijd is om het advies te bespreken en eventueel bij te stellen. De uitslag is geen vervanging van het schooladvies, maar juist een extra middel om te kijken of het advies klopt met de prestaties van je kind op dat moment.
De gemiddelde score van de IEP doorstroomtoets ligt rond de 50 tot 60 punten. De toets kent een schaal die loopt van 0 tot ongeveer 100 punten, waarbij de score aangeeft hoe je kind presteert in vergelijking met andere leerlingen. Een gemiddelde score betekent dat je kind zich bevindt in het midden van de groep leerlingen die de toets maken.
De precieze verdeling van scores verschilt per jaar en hangt af van de moeilijkheidsgraad van de toetsvragen. IEP zorgt ervoor dat de toets elk jaar vergelijkbaar blijft, maar kleine verschillen in gemiddelde scores kunnen voorkomen. Wat belangrijk is om te weten: een score rond het gemiddelde wijst op een solide ontwikkeling en biedt vaak mogelijkheden voor verschillende niveaus in het voortgezet onderwijs.
Scores boven de 60 punten duiden op bovengemiddelde prestaties en worden vaak gekoppeld aan adviezen voor havo of vwo. Scores tussen de 40 en 50 punten passen bij vmbo-niveau, afhankelijk van de specifieke uitslag en de inschatting van de leerkracht. Het is goed om te beseffen dat de score niet op zichzelf staat, maar altijd wordt bekeken in combinatie met de prestaties die je kind gedurende de hele basisschoolperiode heeft laten zien.
De IEP doorstroomtoets wordt beoordeeld op basis van het aantal goed beantwoorde vragen. Deze ruwe score wordt omgezet naar een gestandaardiseerde score die vergelijkbaar is met andere jaren en andere leerlingen. Zo ontstaat een eerlijke weergave van het niveau van je kind, ongeacht welke versie van de toets is gemaakt.
De score geeft een indicatie van het niveau waarop je kind functioneert. Scholen gebruiken deze informatie om te kijken of het eerdere schooladvies nog klopt, of dat er aanleiding is om het advies te heroverwegen. Belangrijk hierbij is dat de toets één moment in de ontwikkeling van je kind vastlegt. Leerkrachten kijken ook naar werkhouding, motivatie, leervermogen en de groei die je kind heeft doorgemaakt in de afgelopen jaren.
De score wordt vaak vertaald naar adviesniveaus zoals vmbo-basis, vmbo-kader, vmbo-theoretisch, havo of vwo. Sommige scholen hanteren tussenniveaus zoals vmbo-gt/havo of havo/vwo. Het is verstandig om met de leerkracht te bespreken wat de score betekent voor jouw kind specifiek, en hoe deze zich verhoudt tot eerdere resultaten en het advies dat al is gegeven.
Een lagere score dan verwacht kan verschillende oorzaken hebben. Misschien had je kind een mindere dag, of speelde spanning een rol tijdens de toets. Het kan ook zijn dat bepaalde onderdelen minder goed gingen, terwijl je kind op andere gebieden juist sterk presteert. Eén toets zegt nooit alles over het potentieel van je kind.
Bespreek de uitslag rustig met de leerkracht. Vraag waar de score vandaan komt en of er patronen zichtbaar zijn in de antwoorden. Soms blijkt dat je kind moeite heeft met bepaalde rekenonderdelen of begrijpend lezen, en daar kun je gericht mee aan de slag. Het is ook goed om te vragen hoe de school de score weegt ten opzichte van het eerdere advies.
Als je merkt dat je kind extra ondersteuning kan gebruiken bij het huiswerk of bij bepaalde vakken, kan huiswerkbegeleiding voor middelbare scholieren later een waardevolle aanvulling zijn. Voor basisschoolleerlingen bieden wij daarentegen basisschool bijles aan. In groepsverband leren leerlingen niet alleen de lesstof beter begrijpen, maar ook hoe ze zelfstandig kunnen plannen en studeren. Dat zijn vaardigheden die ze in het voortgezet onderwijs hard nodig hebben.
Onthoud dat de overgang naar het voortgezet onderwijs meer is dan alleen een toetsscore. Motivatie, doorzettingsvermogen en de juiste begeleiding maken vaak het verschil. Als je vragen hebt over hoe je je kind het beste kunt ondersteunen in deze periode, neem dan gerust contact met ons op. We denken graag met je mee over de beste aanpak voor jouw kind.